Na onze reis naar Tanzania moest ik echt even landen. De eerste paar dagen op het werk betrapte ik mezelf er vaak op dat ik dacht: *waar maken wij ons toch druk om?* De verschillen tussen Tanzania en ons georganiseerde, welvarende Nederland hakken er flink in. Jan Groothuis van Compassion had al gezegd dat het wel een paar weken kan duren voordat je weer een beetje “geland” bent. Nou, daar had hij gelijk in.
Wat me het meest is bijgebleven, is de kracht van de vrouwen daar. In Tanzania is het heel normaal dat mannen meerdere vrouwen hebben, maar die mannen doen vaak weinig voor hun gezin. Die vrouwen blijven dan alleen achter met hun kinderen, vaak in hele slechte omstandigheden. Hun grootste zorg is dat ze hun kinderen te eten kunnen geven. Stel je eens voor: zij zorgen dat hun kinderen elke dag iets eten, terwijl ze zelf misschien maar eens in de drie dagen een maaltijd hebben. Dat kunnen wij ons toch niet voorstellen? Toch zijn deze vrouwen de drijvende kracht van de samenleving. Ze bouwen letterlijk mee en houden ook hun gemeenschap draaiende. Hun doorzettingsvermogen en kracht hebben me enorm geraakt.
Tijdens de reis bezochten we verschillende projecten die mede dankzij Stichting Meros via Compassion worden gefinancierd. Zo waren we in klaslokalen waar kinderen vol enthousiasme werken aan hun toekomst en zagen we huizen die gezinnen een veilige plek geven. Maar Compassion doet meer dan dat. Alles is erop gericht dat mensen zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Ze krijgen de kennis en middelen om uiteindelijk zelf hun situatie te verbeteren. Dat is zo waardevol om te zien.
En ondanks dat ze zelf zo weinig hebben, zijn deze mensen niet ongelukkig. Sterker nog, ze ontvingen ons met open armen. Dat voelde voor mij soms best ongemakkelijk. Hoe vaak ik me die week ook niet afvroeg: Hoe moet ik hiermee omgaan? Waarom voel ik me zo bezwaard? Die gedachten en gevoelens zijn me bijgebleven.
Een ander bijzonder moment was het bezoek aan het Compassion-kantoor, op de laatste dag. Daar zagen we hoe zorgvuldig ze brieven van sponsoren naar kinderen versturen. Bij het postvak van een project dat Stichting Meros steunt, lagen brieven en foto’s van Jaap, Herman en Robert voor de kinderen waar zij mee schrijven. Het raakte me om te zien hoe belangrijk die brieven zijn. Zelf schrijf ik ook maar ik heb me wel eens afgevraagd of die brieven echt bij het kind terechtkomen. Nu ik met eigen ogen heb gezien hoe zorgvuldig dit proces wordt uitgevoerd, weet ik zeker dat het goed zit. Dat maakt het contact dat je zo opbouwt nog waardevoller. Mocht je dit ook overwegen, vraag Roos eens hoe het werkt. Het kost weinig moeite, maar betekent ontzettend veel.
Het reizen zelf maakte ook veel indruk. Overal zie je armoede. Je weet dat het bestaat, maar als je het met eigen ogen ziet, is het toch anders. Alles daar is zo anders. Neem de kerkdienst op zondag: een ervaring die ik niet snel vergeet. Het was één groot feest met zingen en dansen, en de pastor preekte met enorm veel vuur en overtuiging. Alles straalde zoveel passie uit. De manier waarop zij hun geloof beleven, vond ik echt indrukwekkend.
Het reizen zelf maakte ook veel indruk. Overal zie je armoede. Je weet dat het bestaat, maar als je het met eigen ogen ziet, is het toch anders. Alles daar is zo anders. Neem de kerkdienst op zondag: een ervaring die ik niet snel vergeet. Het was één groot feest met zingen en dansen, maar de pastor preekte met zo’n vuur dat sommige mensen hun handen voor hun oren hielden. Toch straalde alles zoveel passie uit. De manier waarop zij hun geloof beleven, is echt indrukwekkend.
En dan was er nog de excursie naar de Ngorongoro-krater. Wat een plek! Een gigantische vulkaan van 22 kilometer breed, vol met wilde dieren. We zagen de leeuw, olifant, neushoorn en het nijlpaard. In het begin sta je nog versteld van een zebra, maar tegen het einde denk je: *Oh, alweer een zebra.*
De reis heeft diepe indruk op me gemaakt. Nog steeds spring ik van de hak op de tak als ik erover vertel. Ik ontmoette Piana, een meisje van 13 met wie ik schrijf. Zij is een van de kinderen die we sponsoren. Het was bijzonder om haar nu in het echt te ontmoeten. Wat ik vooral meeneem, is dat wij zoveel kunnen leren van hoe deze mensen leven. Ze hebben bijna niets, maar lijken zoveel gelukkiger dan wij vaak zijn. Die gastvrijheid en waardering voor onze komst vergeet ik nooit meer.
Voor mij is het nu nog duidelijker waarom we ons via Stichting Meros inzetten. Deze reis heeft me extra gemotiveerd om daarmee door te gaan. En wie weet motiveert mijn verhaal jou ook om mee te doen – bijvoorbeeld door zelf contact te onderhouden met een sponsorkind. Het lijkt klein, maar het maakt een wereld van verschil.
– Antsje Plender